Uitstelgedrag

Ik moet echt stoppen met procrastineren Acht jaar.

Zo lang ben ik al bezig aan Mijn Boek. Sinds ongeveer de helft van die tijd ben ik in het openbaar aspirant-auteur. Een jaar of vier geleden begon ik tegen meer mensen dan alleen mijn spiegelbeeld en een denkbeeldige Matthijs van Nieuwkerk te praten over mijn thriller. Begon ik hardop te dromen over mijn debuut als de opvolgster van Saskia Noort, Esther Verhoef, of, wel ja, Heleen van Rooijen.

Toen ik eenmaal aan mensen durfde te vertellen dat ik een thriller schreef en zelfs enkele hoofdstukken aan vrienden en familieleden liet lezen, dacht ik dat het nog maar en kwestie van maanden was voor mijn debuut in grote oplages in de boekhandels zou liggen. Inmiddels voel ik me het lachertje van mijn omgeving en krimp ik ineen als iemand maar het woord “boek” in de mond neemt.

drukdrukdruk

Ik werk als freelance journalist en heb een man en twee schoolgaande kinderen en ook nog een sociaal leven. Ik maak bedrijfsfilms en film evenementen als bruiloften en bedrijfsfeesten. Erg onregelmatig werk. Er zijn weken dat ik elke dag tot laat in de avond doorhaal en er zijn weken dat ik geen afspraken buiten de deur heb en ook mijn montagewerk af heb.

Hollen of stilstaan hoort bij het werken als freelancer. Je zou denken dat ik in de stilstaande weken tijd zat heb om aan mijn boek te werken. Maar ik heb een schrijfprobleem. Ik procrastineer. Procrastineren betekent uitstellen. Ik kan het weten, want ik het zo’n beetje uitgevonden. Als journalist is het vrij normaal om te zeggen dat je pas op dreef komt als de deadline in je nek hijgt. Als debuterend schrijver is dat niet zo’n handige tactiek.

faalangst

Er is namelijk geen deadline. Er zit geen eindredacteur te wachten om je schrijfsels na te kijken. Er zit helemaal niemand op je verhaal te wachten. Laatst sprak ik met een wijze dame die me vroeg waarom ik al acht jaar bezig ben aan een manuscript, waarvan ik hooguit acht weken daadwerkelijk heb zitten schrijven. Het bleek heel simpel te verklaren: faalangst. Dikke, vette faalangst. Zolang ik mijn manuscript niet opstuur naar een uitgeverij, kan ik ook geen afwijzing krijgen. En kan ik dus risicoloos dromen dat ik ooit een bestseller op mijn naam heb staan. En zolang mijn manuscript niet af is, kan ik het niet versturen. Het niet afmaken van het boek is dus veilig, maar ook frustrerend. Ik wil dat boek zo graag publiceren, dat ik er iedere dag aan denk. En op dagen met veel regen, PMS of onvriendelijke ontmoetingen, wil ik het zo graag dat het pijn doet. Tijd om aan de slag te gaan. Dat boek moet af.