En nu doorwerken

Linda schrijft een boekOm ongestoord aan mijn boek te kunnen werken heb ik mezelf een midweek lang opgesloten in een appartement in een bungalowpark. Zonder man en kinderen en zonder werk dat ligt te wachten. En zonder internetverbinding. Het enige dat ik deze vijf dagen ga doen is  aan mijn manuscript werken.

Dan is het moment daar. Het opstarten van de laptop. Ik type het wachtwoord in en als mijn vertrouwde dektop in beeld verschijnt, is het mijn eerste impuls om internet op te starten. Even Facebooken. Ik verstijf als ik me besef dat ik een hele week zonder internet zit. Alleen op mijn mobieltje, maar die is hier niet zo snel.

Een diepe zucht en dan klik ik mijn manuscript open. Ik heb het weken geleden voor het laatst open gehad. Ik vraag me nu af of ik wel een schrijver ben. Wat er staat is best aardig, als zeg ik het zelf, maar ik heb zó geen zin om in mijn verhaal te duiken. Het is zelfs zo erg, dat ik het verhaal weer sluit en naar mijn filmmontageprogramma ga. Ik blijk hier gewoon te kunnen werken. En er ligt nog een klein klusje dat volgende week af moet. Zal ik?

ijsberen

Ik spring overeind en begin aan mijn eerste ronde ijsberen in mijn zelfgeboekte cel. Er zullen er nog vele volgen. Met alle wilskracht die ik in me heb, versterkt door het enorme schuldgevoel richting man en moeder, neem ik weer plaats achter de computer.

Schrijven kreng!

Ik neem me voor alle losse notities die ik de afgelopen maanden verzameld heb in mijn verhaal te zetten. Dan ben ik in ieder geval bezig. Een voor een verhuizen de memoblaadjes, afgescheurde stukken papier en zelfs een kassabon met aantekening van de linkerkant van mijn bureau naar de rechterkant. Ik werk achter elkaar door en gooi ze in een keer, met een triomfantelijk gebaar in de vuilnisbak.

moed

Nu heb ik genoeg moed om verder te gaan. Thrillerschrijfster Marelle Boersma heeft mijn eerste hoofdstuk gelezen en van aantekeningen voorzien. En dat heeft ze erg goed gedaan. Zonder me het gevoel te geven dat ik een mislukking ben, wijst ze me op de dingen die zorgen dat het eerste hoofdstuk niet zo lekker loopt als ik bedoel. Omdat er in mijn verhaal twee tijden door elkaar lopen, raak ik af en toe in de war. Ook blijk ik te lijden aan een typisch journalistenkwaaltje: ik beschrijf de actie, zonder veel aandacht te besteden aan de gevoelens van de personages. Hoe beleven zij wat er gebeurt? Met de tips van Marelle knapt mijn eerste hoofdstuk zienderogen op en pas ik haar tips zelfs een paar keer toe in de rest van mijn verhaal.

Het is inmiddels bijna bedtijd. Ik zet nog even de tv aan. Vanavond ben ik zo ver opgeschoten, dat ik wel even “vrij” mag van mezelf.